Gemiddeld geen BEX-voordeel in 2017_ Koeien & Kansen

Nieuws

Gemiddeld geen BEP voordeel voor Koeien & Kansen-deelnemers

Gepubliceerd op
22 juni 2018

In 2017 ligt de bedrijfseigen fosfaatnorm (BEP) op de Koeien & Kansen-bedrijven en De Marke gemiddeld op 86 kilogram fosfaat per hectare. De generieke norm komt gemiddeld uit op hetzelfde niveau. Dit betekent dat er gemiddeld geen BEP-voordeel is in 2017, terwijl deze in 2016 op de Koeien & Kansen-bedrijven en De Marke nog 8% was. Ondanks dat er gemiddeld geen verschil is tussen BEP en generiek zijn er tussen bedrijven wel grote verschillen waargenomen.

Plaatsingsruimte BEP gelijk aan generieke norm

De Koeien & Kansen-bedrijven en De Marke mogen in 2017 gemiddeld maximaal 86 kilogam P2O5 per hectare plaatsen wanneer ze uitgaan van de generieke normen.

Figuur 1: Gemiddelde fosfaatplaatsingsruimte Koeien & Kansen-bedrijven en De Marke per hectare in 2017 berekend via rekenwijze BEP uit de KringloopWijzer en met generieke normen.
Figuur 1: Gemiddelde fosfaatplaatsingsruimte Koeien & Kansen-bedrijven en De Marke per hectare in 2017 berekend via rekenwijze BEP uit de KringloopWijzer en met generieke normen.

Dit laat figuur 1 zien. In dit figuur zijn naast de Koeien & Kansen-bedrijven die in 2017 meedoen aan het project ook de twee nieuwe bedrijven die vanaf 2018 meedoen opgenomen. Wanneer de bedrijven gebruik maken van de bedrijfseigen fosfaatnorm (BEP), die wordt bepaald met behulp van de gewasopbrengsten van 2015, 2016 en 2017, dan mogen de bedrijven gemiddeld maximaal ook 86 kilogram P2O5 per hectare plaatsen. Gemiddeld levert deze werkwijze met BEP dus geen voordeel op. Toch zijn er in 2017 nog 6 bedrijven die via de werkwijze met BEP meer fosfaat per hectare mogen plaatsen dan met de generieke normen. Vooral de bedrijven 1, 5 en 12 mogen met BEP fors meer fosfaat plaatsen. Bij de bedrijven 11, 14 en 17 is de extra plaatsingsruimte voor fosfaat vrij beperkt. Of deze bedrijven de extra fosfaatruimte ook echt hebben benut zal in een later te verschijnen artikel aan de orde komen.

Overigens laten deze resultaten zien dat het zeker niet vanzelfsprekend is dat melkveebedrijven een hogere bemestingsnorm ‘verdienen’ dan de generieke norm. Een derde van de Koeien & Kansen-deelnemers realiseert een hogere gewasopbrengst dan bij de generieke norm hoort. Dit vereist naast een goede bodem, goede omstandigheden ook een goed management van de veehouder.

Minder BEP voordeel

Het BEP-voordeel in 2017 op de Koeien & Kansen-bedrijven en De Marke is gemiddeld 0%. In 2015 en 2016 was dit voordeel gemiddeld nog respectievelijk 5% en 8%. Dit is in figuur 2 te zien. Op de meeste bedrijven daalt het BEP-voordeel in 2017. Alleen de bedrijven 8, 13 en 17 halen in 2017 een beter resultaat dan in 2016. Dit komt omdat deze bedrijven in 2017 hogere gewasopbrengsten realiseren dan in de jaren ervoor. Op de bedrijven 5 en 6 daalt het BEP-voordeel in 2017 met 20% of meer. Op veel andere bedrijven loopt het BEP voordeel ook fors terug ten opzichte van het gunstige jaar 2016. Ondanks dat er gemiddeld geen BEP-voordeel is in 2017, laat figuur 2 zien dat er tussen bedrijven een grote variatie is in BEP-voordeel. Deze varieert van meer dan 40% voordeel tot meer dan 20% nadeel.

Figuur 2: BEP voordeel Koeien & Kansen-bedrijven en De Marke in 2015, 2016 en 2017
Figuur 2: BEP voordeel Koeien & Kansen-bedrijven en De Marke in 2015, 2016 en 2017

2014 telt niet meer mee voor BEP 2017

Omdat de BEP berekend wordt met behulp van de gewasopbrengsten van de afgelopen drie jaar, is het mogelijk dat deze daalt terwijl het laatste jaar helemaal niet zulke slechte opbrengsten kent. Dit is in 2017 ook aan de orde. De oorzaak van de dalende BEP in 2017 komt vooral omdat 2014 als productiejaar niet meer meetelt. Voor de BEP van 2016 telde dit jaar nog wel mee. Het jaar 2014 kenmerkte zich door hoge gewasopbrengsten: Hoge gewasopbrengsten Koeien en Kansen 2014. Ook waren de P-gehalten van vers gras en graskuil in 2014 hoog met respectievelijk 4,5 g P/kg ds vers gras en 4,1 g P/kg ds graskuil. In 2017 kwamen de gehalten hiervan uit op respectievelijk 4,1 en 3,9 g P/kg ds.

Aangeziende BEP-systematiek werkt met drie productiejaren, kan een bedrijf met één goed productiejaar meerdere jaren van dit gunstige jaar profiteren.