koeien en kansen bedrijven leveren gemiddeld 10 koeien in #fosfaatrechten

Nieuws

Koeien & Kansen bedrijven leveren gemiddeld 10 koeien in door fosfaatrechten

Gepubliceerd op
31 januari 2018

Op 1 januari 2018 is het stelsel van fosfaatrechten ingegaan, dat de fosfaatproductie van de Nederlandse melkveestapel moet beperken. Binnen het project Koeien & Kansen is gekeken over hoeveel fosfaatrechten de ondernemers per 1 januari 2018 beschikken en hoeveel ze moeten inleveren ten opzichte van de referentiedatum 2 juli 2015.

Fosfaatrechten

Nederland heeft in 2015 meer fosfaat geproduceerd dan binnen de Europese afspraken is toegestaan. Dit kwam vooral door de sterke groei van de melkveehouderij na de beëindiging van het melkquotum. Om te voorkomen dat Nederland het fosfaatplafond weer overschrijdt, heeft de regering het stelsel van fosfaatrechten in het leven geroepen. Ieder melkveebedrijf met dieren in de categorieën 100, 101 en 102 (melkvee en bijbehorend jongvee) krijgt per 1 januari fosfaatrechten. Ieder fosfaatrecht staat voor een kilo te produceren fosfaat. Melkveebedrijven mogen niet meer fosfaat produceren dan de aan hen toegekende rechten. Uitbreiden kan alleen wanneer ondernemers fosfaatrechten van andere melkveehouders kopen.

Forfaits

De toegekende fosfaatrechten zijn berekend met behulp van productieforfaits uit 2015. De referentieproductie van fosfaat op 2 juli is berekend door de aantallen dieren per 2 juli 2015 te vermenigvuldigen met de forfaitaire fosfaatproductie per dier in 2015. Voor melkkoeien is het forfait bepaald met behulp van de gemiddelde melkproductie in 2015. De berekening van de fosfaatrechten gebeurt met forfaitaire productienormen, er is geen gebruik gemaakt van BEX.

Korting

Om de toegekende fosfaatrechten voor 2018 te berekenen, kort de overheid de forfaitaire productie van 2015 in principe met 8,3%. Voor bedrijven die in 2015 geen fosfaatoverschot hadden, geldt een uitzondering. Deze bedrijven worden niet gekort. Bedrijven met een klein fosfaatoverschot (minder dan 8,3% van de productie), worden minder gekort. Voor die bedrijven geldt dat de toegekende fosfaatrechten gelijk zijn aan de plaatsingsruimte van fosfaat die ze in 2015 hadden.

Gevolgen Koeien & Kansen-bedrijven

In Figuur 1 is weergegeven hoeveel fosfaatrechten de Koeien en Kansen-bedrijven in 2018 krijgen en hoeveel dit is ten opzichte van de forfaitaire fosfaatproductie die berekend is met de forfaits van 2015 en de aantallen dieren per 2 juli 2015. Hierbij is geen rekening gehouden met de eventuele aankoop van fosfaatrechten die op sommige bedrijven intussen heeft plaatsgevonden.

Figuur 1: Toegekende fosfaatrechten Koeien & Kansen-bedrijven en De Marke 2018 in vergelijking tot forfaitaire fosfaatproductie per 2 juli 2015
Figuur 1: Toegekende fosfaatrechten Koeien & Kansen-bedrijven en De Marke 2018 in vergelijking tot forfaitaire fosfaatproductie per 2 juli 2015

Figuur 1 laat zien dat de toegekende fosfaatrechten bij de meeste bedrijven een stuk minder zijn dan de fosfaatproductie in 2015. Dertien bedrijven worden maximaal gekort met 8,3% omdat ze forfaitair in 2015 een fosfaatoverschot hadden. Bedrijf 8 wordt met 3% gekort en De Marke met 4,8% omdat deze bedrijven in 2015 slechts een klein fosfaatoverschot hadden. Alleen de ‘grondgebonden’ bedrijven 7 en 11 worden niet gekort omdat deze bedrijven in 2015 geen fosfaatoverschot hadden. Gemiddeld krijgen de Koeien en Kansen-bedrijven per 1 januari 2018 6,9% minder fosfaatrechten toegekend dan de forfaitaire productie in 2015 was.

Minder koeien

In figuur 2 is te zien hoeveel minder koeien de Koeien & Kansen-bedrijven mogen houden per 1 januari 2018 in vergelijking met 2 juli 2015, wanneer de jongveebezetting en melkproductie gelijk is aan 2015. Figuur 2 laat zien dat de Koeien & Kansen-bedrijven en De Marke gemiddeld 10 koeien minder mogen aanhouden in 2018 ten opzichte van 2015 (van 137 naar 127). De ‘grondgebonden bedrijven’ 7 en 11 hoeven niet te krimpen en bedrijf 8, die in 2015 een klein fosfaatoverschot had, krimpt nu met 4 koeien minder. Ook De Marke moet 4 koeien inleveren ten opzichte van 2015. De grote en intensieve bedrijven moeten de meeste koeien inleveren: bedrijf 4 mag 16 koeien minder houden dan in 2015 en bedrijf 13 mag 19 koeien minder houden.

Figuur 2: Maximaal aan te houden koeien per 1 januari 2018 bij in werking treden fosfaatrechten op Koeien & Kansen-bedrijven en De Marke wanneer melkproductie en jongveebezetting gelijk is aan 2015, zonder aankoop van fosfaatrechten. Vergelijking met aantal koeien op 2 juli 2015.
Figuur 2: Maximaal aan te houden koeien per 1 januari 2018 bij in werking treden fosfaatrechten op Koeien & Kansen-bedrijven en De Marke wanneer melkproductie en jongveebezetting gelijk is aan 2015, zonder aankoop van fosfaatrechten. Vergelijking met aantal koeien op 2 juli 2015.

De reductie van het aantal koeien geldt bij dezelfde jongveebezetting. Gemiddeld produceren de Koeien & Kansen-bedrijven en De Marke forfaitair 43 kg fosfaat per koe exclusief jongvee. De fosfaatproductie van een pink en kalf is respectievelijk 21,9 en 9,6 kg fosfaat. Wanneer een bedrijf niet wil krimpen in aantallen koeien zal de ondernemer bijna 2 pinken of met meer dan vier 4 kalveren minder moeten gaan houden om dezelfde fosfaatreductie te realiseren als met 1 koe minder.

In een latere bijdrage komen we terug op dit onderwerp en kijken we welke gevolgen de verandering van melkproductie heeft op het maximaal aan te houden melkkoeien, ook willen we dit jaar stilstaan bij de mogelijke gevolgen als de resultaten van de Kringloopwijzer in de toekomst zouden mogen worden gebruikt bij het stelsel van fosfaatrechten.