Project

Pensbestendig methionine in eiwitarme rantsoenen tijdens de transitieperiode

Het verlagen van het eiwitgehalte in melkkoeienrantsoenen vereist een optimale verhouding tussen pens afbreekbaar eiwit en darmeiwit en een toenemend bewustzijn van het belang van beschikbare pensbestendige aminozuren.

Pens beschermend

In voer voor varkens en pluimvee is het vrij gebruikelijk om essentiële aminozuren toe te voegen. Vanwege het ingewikkeldere spijsverteringskanaal bij herkauwers, moeten aminozuren 'pensbeschermd' zijn voor een optimale benutting in het dier. Pens-beschermde methionine (RPM) is een bekend synthetisch aminozuurproduct voor melkkoeien. In eiwitarme diëten geeft toevoeging van aminozuren kansen voor voeding op maat in combinatie met een verdere verlaging van de ammoniakemissie. Een betere aanvoer van methionine in de dunne darm komt niet alleen de prestatie en milieuaspecten van de melkkoe ten goede, maar ook de gezondheidstoestand. De hypothese: het verhogen van de methionine-aanvoer in de dunne darm door toevoeging van voeding tijdens de pre- en postpartusperiode, komt de gezondheid en het metabolisme van de dieren tijdens de daaropvolgende lactatie ten goede. Als toepassing van deze producten inderdaad de gezondheidstoestand verbetert, dan zal het door de samenleving worden gezien als een duurzame oplossing voor toekomstige veehouderijsystemen.

Slechte overgang

Genetische selectie voor een hogere melkgift heeft het intermediaire metabolisme van de huidige 'moderne melkkoe' aanzienlijk gemanipuleerd. Met succes want dit uit zich in de productie van grotere hoeveelheden melk gedurende een langere periode (Opsomer, 2015). Het is dan ook niet verwonderlijk dat de transitieperiode en de daarbij behorende biologie en management centraal blijven staan ​​in het melkveevoedings- en fysiologisch onderzoek. Ondanks de aanzienlijke hoeveelheid onderzoek naar de voeding en fysiologie van transitiekoeien, blijft de transitieperiode veel aandacht vragen op veel melkveebedrijven. Stofwisselingsstoornissen komen nog steeds voor, en hebben veel economische impact commerciële melkveebedrijven (Overton en Waldron, 2004).

Specifieke aminozuren

Wetenschappelijk onderzoek (Li et al., 2016) onthult een belangrijke rol van specifieke aminozuren, zoals methionine, die zich richten op genexpressie van cruciale mechanismen in de overgangsperiode. Risicokoeien, zoals de afkalvende koeien met een royale conditie hebben duidelijk baat bij deze specifieke aminozuursuppletie. Recente onderzoeken in de VS hebben aangetoond dat het aanvullen van het overgangsdieet van melkkoeien met RPM een effectieve methode is om ontstekingen van dieren te verminderen en de lever- en neutrofielenfunctie te verbeteren, en uiteindelijk de postpartum prestaties van melkkoeien te verbeteren door een beter immuunsysteem (Batistel et al., 2017, 2018). Interacties van deze mechanismen zijn echter niet bekend in Noordwest-Europese diëten, bestaande uit gras en graskuil.

In monogastrische dieren (één maag) is darmgezondheid en voeding al tientallen jaren onderzocht. Bij herkauwers waren de fermentatie in de pens en voedingsaspecten belangrijke onderzoeksvragen, ingegeven door het gecompliceerde spijsverteringskanaal. Het huidige voorstel is zorgvuldig opgezet om prestatie (productie/nutritionele benutting), klinische en metabolische aspecten te kunnen integreren. Het doel is een beter begrip te krijgen van de gunstige effecten van het uitbalanceren van methionine in de voeding, op de prestaties en de gezondheid van melkvee. Het behoeft geen uitleg dat beide aspecten op elkaar inwerken. Vanuit die optiek dient voeding gericht te zijn op (darm)gezondheid en in de tweede plaats op het afdekken van de voedingsbehoefte.

Voor de zuivelketen is integratie van gezondheid en prestatie in voeding op maat onmisbaar voor een duurzame zuivelsector. Minder eiwit voeren heeft een geavanceerd voedingsmodel nodig. Kennis van de metabole- en immuun status als gevolg van aminozuursuppletie kan helpen om de voordelen te verbeteren, en ook de maatschappelijke acceptatie.

Het onderzoek

Er worden twee groepen van elk 16 koeien geselecteerd, één groep als controle, terwijl de andere groepen RPM in het voer krijgen. Bij aanvang van de droogstand worden de koeien gehuisvest in de ‘Transitiestal’ op Dairy Campus. Drie weken voor afkalven gaan de koeien naar de ‘Voedingsstal’ met dagelijkse voeropnameregistratie door het RIC-systeem. Na afkalven duurt de proef nog 45 dagen.