Proef rondom effect van voerstrategie op mestkwaliteit_CEDERS

Nieuws

Proef rondom effect van voerstrategie op mestkwaliteit en emissies

Gepubliceerd op
15 november 2019

De vorming van broeikasgassen (BKG) op rundveebedrijven hangt sterk samen met de voedingsmanagement op een bedrijf. In de praktijkstal op Dairy Campus is dit najaar onderzoek gestart, waarin wordt gekeken in hoeverre het uitwisselen van graskuil met snijmais effect heeft op de methaanemissie van melkkoeien. En wat het effect van deze voerstrategie heeft op de kwaliteit van de drijfmest en de daaraan verbonden methaanemissies.

Het uitwisselen van graskuil met snijmais is al een bekende effectieve voerstrategie om de methaanemissie van melkkoeien te verlagen. Daarentegen weten we niet in hoeverre deze voerstrategie effect heeft op de kwaliteit van drijfmest en de daaraan gekoppelde emissies in het bijzonder methaan. In dit onderzoek wordt dan ook een koppeling gemaakt tussen voerstrategie, mestkwaliteit en de uitstoot van emissies bij zowel koe als mest.

Dit onderzoek in de emissiestal op Dairy Campus maakt onderdeel uit van het KennisOnline onderzoeksproject CEDERS dat gefinancierd wordt door het Ministerie van Landbouw Natuur en Voedselkwaliteit. Onderzoekers van Wageningen Livestock Research, departementen diervoeding en veehouderij & milieu, proberen in dit project meer duidelijkheid te creëren rondom het effect van voedingsmanagement op de methaanemissie van melkkoeien en de drijfmest. Hoewel de kwaliteit van de mest en de daaraan verbonden emissies (methaan en lachgas) geschat kunnen worden op basis van voeropname en verteerbaarheid van nutriënten, is het op dit moment niet inzichtelijk in hoeverre we via voerstrategieën de kwaliteit van mest en de daaraan verbonden emissies daadwerkelijk beïnvloeden. 

Onderzoek in emissiestal op Dairy Campus

Metingen in emissiestal
Metingen in emissiestal

In de periode van oktober 2019 tot januari 2020 zullen er twee meetronden plaatsvinden in de speciale emissiestal in Leeuwarden. Het onderzoek bestaat uit twee proefbehandelingen. Het verschil zit in het voorgeschotelde rantsoen aan de 64 koeien, die in vier verschillende units in de stal gehuisvest zijn. Beide rantsoenen worden als TMR aan het voerhek gevoerd en bestaan uit 50% krachtvoer en 50% ruwvoer (op basis van droge stof). Bij het graskuil rantsoen bestaat het ruwvoer volledig uit graskuil en bij het snijmais rantsoen bestaat het ruwvoer voor 20% uit graskuil en 80% uit snijmais (op basis droge stof). Tijdens ronde 1 krijgen twee groepen van elk 16 koeien het graskuil rantsoen en de andere twee groepen van elk 16 koeien het snijmaisrantsoen. In de tweede meetronde wordt dit omgewisseld. Aan de hand van emissiemetingen op stalniveau en op basis van mestonderzoek hopen de onderzoekers het effect van een methaan-reducerende voederstrategie op koe niveau te bevestigen alsmede meer inzicht te krijgen in hoeverre deze voederstrategie effect heeft op de kwaliteit van de drijfmest en de daaraan gebonden emissies.

Achtergrond project CEDERS

De verwachte bevindingen op Dairy Campus kunnen bijdragen aan het in beeld brengen van de situatie voor de Nederlandse melkveehouderij. Om deze te verbeteren is een verfijning van de berekeningsmethoden voor BKG-emissies nodig. Daarbij is het belangrijk inzicht te krijgen in de internationale verschillen in de gehanteerde BKG-berekeningsmethodieken en kennis te nemen van de nationale achtergronden. Voedingsmanagement en productieomstandigheden verschillen namelijk sterk tussen landen, maar op dit moment mist transparante aanpak bij het in kaart brengen van deze BKG-emissies. Dit project levert hier op de volgende punten een bijdrage aan:

  1. Het ontwikkelen van databases en het herleiden van relaties voor het effect van voeding op vertering, excretie, mestsamenstelling en daaraan gerelateerde BKG-emissies;
  2. Het opheffen van belangrijke hiaten in kennis rondom deze relaties door het toepassen van experimenteel onderzoek;
  3. Het evalueren van de gevolgen van voeding en bedrijfsvoering op BKG met de meest gedetailleerde procesmodellen, en spiegeling hiervan aan de modellen verkregen uit de databases, het experimentele onderzoek en huidige BKG-berekeningsmethoden;
  4. Het verbeteren van BKG-berekeningsmethoden op zowel bedrijfsniveau als op nationale schaal;
  5. Het overdragen van informatie naar eindgebruikers van BKG-berekeningsmethoden op nationale schaal (rundveehouderij, bedrijfsleven, adviseurs/intermediairs, overheden) en internationale schaal (selectie van organisaties en de EU).