Nieuws

Vijf bedrijven in beeld voor hogere gebruiksnorm BEN

Gepubliceerd op
14 februari 2018

Toepassen van een bedrijfseigen stikstofnorm (BEN) levert voor 5 Koeien & Kansen-bedrijven een stijging van de gebruiksnorm voor stikstof op grasland op van meer dan 10 kg N/ha. De meeste Koeien & Kansen-bedrijven en De Marke hebben geen BEN-voordeel, omdat de productie van stikstof van eigen land lager is dan de opbrengst waarmee de gebruiksnormen zijn bepaald. Of omdat meer bemesten leidt tot een te hoog stikstofoverschot.

BEN en gebruiksnormen

Binnen het mestbeleid zijn per grondsoort en per gewas gebruiksnormen voor stikstof en fosfaat vastgesteld die de bemesting van het werkzame deel van deze meststoffen begrenzen. De overheid heeft deze gebruiksnormen bepaald aan de hand van normatieve gewasopbrengsten en gekeken of deze niet tot een te hoog bodemoverschot leiden. Dit om te voorkomen dat er teveel meststoffen uitspoelen en waarbij de nitraatnorm dus wordt gerealiseerd.

De generieke gebruiksnormen zijn met normatieve gewasopbrengsten bepaald. De KringloopWijzer maakt het echter mogelijk ze bedrijfsspecifiek te berekenen. Voor fosfaat gebeurt dit al met BEP waarbij gekeken wordt naar de gerealiseerde fosfaatopbrengst van de laatste drie jaren op het eigen land.
Ook voor stikstof is een bedrijfseigen gebruiksnorm te berekenen (BEN) die rekening houdt met de bedrijfseigen gewasopbrengst. Deze wordt geschat op basis van de KringloopWijzers van de afgelopen drie jaar. Als de bedrijfseigen gewasopbrengst hoger dan gemiddeld is bij bemesting volgens de gebruiksnorm, dan is het overschot van stikstof op de bodembalans laag. Het is dan vanuit milieuoogpunt verantwoord meer stikstof te geven: de BEN bemesting. Het bedrijfseigen overschot geldt voor de bepaling en de evaluatie van de BEN bemesting als slot op de deur. Het overschot mag niet hoger zijn dan maximaal acceptabel. Het maximaal acceptabele bodemoverschot is bepaald bij de onderbouwing van de derogatie.

Gewasopbrengst grasland

Om te kijken of een bedrijf extra gebruiksruimte kan krijgen door BEN is het nodig om te kijken of de gewasopbrengsten van grasland en maïsland gemiddeld over de afgelopen 3 jaar hoger zijn dan de gewasopbrengsten waarmee de generieke gebruiksnorm is berekend. Voor Koeien & Kansen-bedrijven en De Marke is in Figuur 1, ter illustratie, de gemiddelde stikstofopbrengst van grasland over 2014 t/m 2016 vergeleken met de normatieve stikstofopbrengst van grasland, die is gebruikt bij de berekening van de (grondsoortafhankelijke) generieke gebruiksnormen voor grasland.

Figuur 1: Vergelijking werkelijke stikstofopbrengst grasland (2014-2016) Koeien & Kansen en De Marke met normatieve stikstofopbrengst grasland die gebruikt is bij berekening grondsoort-specifieke generieke gebruiksnomen.
Figuur 1: Vergelijking werkelijke stikstofopbrengst grasland (2014-2016) Koeien & Kansen en De Marke met normatieve stikstofopbrengst grasland die gebruikt is bij berekening grondsoort-specifieke generieke gebruiksnomen.

Figuur 1 laat zien dat de gemiddelde stikstofopbrengst van grasland van de Koeien & Kansen-bedrijven en De Marke in 2014-2016 iets lager is dan waarmee bij de vaststelling van de generieke gebruiksnormen is gerekend. De gemiddelde normatieve stikstofopbrengst van grasland bij de gebruiksnormen is 299 kg N/ha en de werkelijke stikstofopbrengst van Koeien & Kansen-bedrijven en De Marke is gemiddeld 295 kg N/ha over 2014-2016.
Gemiddeld is de afwijking dus niet zo groot met de normatieve opbrengst, maar tussen bedrijven treden wel grote verschillen op. Op 8 Koeien & Kansen-bedrijven en De Marke ligt de gerealiseerde stikstofopbrengst van grasland lager dan waar de gebruiksnormen vanuit gaan. Vooral de bedrijven 3, 13 en 15 realiseren een fors lagere stikstofopbrengst van het eigen grasland.
Op 8 Koeien & Kansen-bedrijven is de stikstofopbrengst van grasland juist hoger dan de normatieve opbrengst. Vooral de bedrijven 5, 12 en 16 halen fors hogere stikstofopbrengsten van grasland.

Gewasopbrengst maïsland

Naast de grasopbrengst, telt ook de maïsopbrengst bij BEN mee. Gemiddeld over 2014-2016 is de gerealiseerde stikstofopbrengst van maïsland op Koeien & Kansen en De Marke 142 kg N/ha. Dit terwijl bij de vaststelling van de gebruiksnormen uitgegaan is van 169 kg N/ha. De opbrengsten liggen in werkelijkheid dus gemiddeld op maïsland 27 kg N/ha lager dan waarvan de berekeningen van de gebruiksnormen vanuit gaan. Slechts 5 Koeien & Kansenbedrijven hebben een hogere stikstofopbrengst van maïsland, de meeste Koeien & Kansen-bedrijven en De Marke halen de stikstofopbrengst van maisland, die bij de berekening van de gebruiksnormen is gebruikt, niet.

Gevolgen gebruiksruimte

Figuur 1 laat zien dat de helft van de Koeien & Kansen-bedrijven een hogere grasopbrengst heeft dan de grasopbrengst waarmee de gebruiksnormen zijn berekend, 5 bedrijven realiseren een hogere maïsopbrengst. Hoeveel Koeien & Kansen-bedrijven meer mogen bemesten zonder dat het stikstofoverschot te veel stijgt en boven het maximaal acceptabel bodemoverschot bij derogatie uitkomt, laat Figuur 2 zien.

Figuur 2: Verandering gebruiksnorm stikstof op grasland bij toepassen van bedrijfsspecifieke gebruiksnorm stikstof (BEN)
Figuur 2: Verandering gebruiksnorm stikstof op grasland bij toepassen van bedrijfsspecifieke gebruiksnorm stikstof (BEN)

Figuur 2 laat zien dat door toepassen van BEN 5 bedrijven een hogere gebruiksnorm voor stikstof op grasland mogen hanteren van tenminste 10 kg N/ha extra. Het voordeel voor bedrijf 2 is te verwaarlozen. Bedrijf 5 krijgt met 88 kg N/ha grasland veel meer gebruiksruimte. Voor de bedrijven 7 en 11 vertaalt de hogere gewasopbrengst van 2014-2016 zich niet in extra gebruiksruimte omdat deze bedrijven anders een stikstofbodemoverschot krijgen dat boven het stikstofoverschot ligt, dat de basis is van de (derogatie)gebruiksnorm is.
Gemiddeld voor de Koeien & Kansen-bedrijven en De Marke is het effect van BEN negatief en daalt de gebruiksnorm van stikstof op grasland met 22 kg N/ha wanneer alle bedrijven een BEN toepassen. Voor de meeste bedrijven leidt BEN toepassen tot een daling van de gebruiksnorm van stikstof op grasland. Bij 3 bedrijven is deze daling meer dan 100 kg N/ha. Bij de bedrijven 7 en 15 komt dit doordat het stikstofbodemoverschot ruim 50 kg N/ha hoger is dan waarmee bij onderbouwen van de derogatie is gerekend. Bedrijf 15 realiseert het hogere stikstofoverschot in combinatie met een lage opbrengsten van gras en maïs, zodat ook al zonder een te hoog stikstofbodemoverschot er een negatieve BEN zou optreden.
Bedrijven met een hoog stikstofbodemoverschot zullen dit door een beter mineralenmanagement eerst moeten verlagen, willen ze bij hoge gewasopbrengsten ook een hoge gebruiksnorm bij BEN willen krijgen.
Op het (biologische) bedrijf 13 is de gewasopbrengst een stuk lager, daarom is bij BEN op dit bedrijf de gebruiksruimte een stuk lager dan de generieke gebruiksnorm. Op zich is dit niet vreemd omdat in de praktijk voor biologische bedrijven al lagere bemestingsnormen gelden en biologische bedrijven geen kunstmest mogen gebruiken.