Project

Ruwvoer vs krachtvoer: fokken op voeropname

Voerkosten zijn meer dan 50% van de variabele kosten van de melkveehouderij. Tevens wordt bijna de helft van de broeikasgassen van de veehouderij uitgestoten bij de voederproductie. Het is dus belangrijk om zo efficiënt mogelijk melk te produceren.

Daarnaast zien we dat de zuivelketen als doelstelling heeft om het percentage eiwit van eigen land te verhogen. Dit kan betekenen dat de koe van de toekomst wellicht aan andere eisen moet voldoen en bijvoorbeeld meer ruwvoer moet kunnen verwerken. Fokkerij kan hierbij ondersteuning bieden omdat het bijdraagt aan een permanente verandering in de genetische aanleg van het dier.

Wat onderzoeken we?

Door de voerbehoefte van de koe precies in te schatten en de verschillende voercomponenten apart te bestuderen, kunnen de fokwaarde voeropname en de nieuwe behoefteschattingen een belangrijke bijdrage leveren aan precision feeding van de melkkoe. Door te onderzoeken of de fokwaarde voor voeropname uitgesplitst moet worden in ruwvoer- en krachtvoeropname, kan beter ingespeeld worden op de vragen vanuit de markt. Zoals meer melk uit eigen ruwvoer en meer eiwit van eigen bodem.

Waarom is dit belangrijk?

Afhankelijk van het management en de behoefte van een veehouder, kan hij de beste stieren selecteren in relatie tot zijn fokdoel om mee te fokken. Hierdoor passen de koeien bij zijn management, presteren ze optimaal en zijn er zo min mogelijk verliezen van nutriƫnten, wat ten gunste komt van het milieu.
Deze innovatie draagt bij aan een verlaging van de voerkosten op het melkveebedrijf en ook aan de verlaging van de milieubelasting die de productie van melk met zich meebrengt.

Welke activiteiten voeren we uit?

Het project is onderverdeeld in drie onderdelen:

1. Uitsplitsen van de ruwvoeropname en krachtvoeropname

  • Kunnen we onderscheid maken in ruwvoer- en krachtvoerkoeien?
  • Is er tussen koeien verschil in verdringingseffecten?

2. Beter inschatten van de actuele voerbehoefte

  • Zijn de voerbehoeften van koeien nog in lijn met de huidige richtlijnen?
  • Wat is de invloed van voerbehoefte op het management van de veehouder?

3. Integreren van de uitkomsten van stap 1 en 2 in de fokwaarde voeropname

  • Inzichtelijk maken van de resultaten en de effecten op stierniveau
  • Kansen op introductie van deze fokwaarde en meerwaarde voor de veehouder in kaart brengen.