CBGV bemestingsadvies ook voor voederbieten_Bemestingsadvies

Nieuws

Maïsbemesting vraagt ook aandacht voor borium en zwavel

Gepubliceerd op
27 april 2018

Bij hogere boriumtoestanden wordt met de dierlijke mest overwegend voldoende borium gegeven. Een boriumbemesting is alleen nodig bij toestand laag en zeer laag. Verder is ook zwavel van belang.

Gebruik voor borium rijenmeststoffen met 0,15-0,2% borium. Zie de adviesbasisbemesting op www.bemestingsadvies.nl. Verder is op veel percelen 10-25 kg zwavel per ha nodig op basis van grondonderzoek. Deze aanvulling kan zowel in de rij als breedwerpig gegeven worden. Meststoffen met zwavel zijn volop beschikbaar.

Borium

Borium stimuleert de celdeling en –groei, de bloei en de vruchtzetting. Een boriumgebrek uit zich in een slechte kolfontwikkeling en korrelzetting. Er is slechts weinig borium nodig om een gewas van voldoende borium te voorzien. Een risico op tekorten bestaat vooral op zandgronden. Kleigronden met meer dan 5% organische stof bevatten van nature voldoende borium, zo blijkt uit recent onderzoek. Grondonderzoek op borium kan hier achterwege blijven. Afhankelijk van de bodemtoestand wordt tot maximaal 0,4 kg B per ha geadviseerd (paragraaf 3.7 in de adviesbasis).

Boriumadvies.GIF

Wanneer boriumbemesting nodig is kan dit prima met een rijenmeststof. Houdt echter rekening met de ongeveer 150 g borium die u per ha al geeft via de dierlijke mest. Dan is alleen nog bemesting nodig bij toestand zeer laag en laag. In dat geval hoeft de rijenmeststof hooguit 0,2% tot 0,15% B te bevatten. Een bespuiting in het 8 à 9 bladstadium met 0,2 kg B per ha is ook een optie.
Meer borium geven dan nodig is, kan nadelig zijn voor de opbrengst. Bovendien is voorraadbemesting voor een aantal jaren niet mogelijk want borium spoelt gemakkelijk uit.

Zwavel

Maïs neemt tussen 12 en 25 kg zwavel (S) per ha op in de vorm van sulfaat. Door de sterk gedaalde zwaveldepositie en het vaak beperkte zwavel-leverendvermogen (SLV) van de bodem, bestaat het risico op tekorten. Uit veldproeven is gebleken dat zwavelbemesting meeropbrengsten kan geven tot 450 kg droge stof per ha. Een kleine zwavelgift is dan al snel lonend. Het zwavelbemestingsadvies (paragraaf 3.9 in de adviestabel) is gebaseerd op het SLV en het productievermogen van het perceel. Hoog-producerende percelen hebben meer zwavel nodig dan laag-producerende percelen. Omdat uit organische mest maar weinig zwavel beschikbaar komt, varieert de benodigde aanvulling met kunstmest veelal tussen 10 en 25 kg S per ha. Het advies maakt geen onderscheid tussen zwavelbemesting in de rij en breedwerpig. Er zijn veel meststoffen op de markt die zwavel als nevenbestanddeel bevatten.

Koper en mangaan

In de praktijk is bemesting met koper niet nodig. Bovendien hebben de gangbare kopermeststoffen een heel lage werking. Bij mangaan wordt de beschikbaarheid in de bodem vooral gereguleerd door de pH en de vochtvoorziening. Onder droge omstandigheden en een hoge pH kan mangaantekort optreden. Beregening of een bladbespuiting kan dan uitkomst bieden. Grondonderzoek op mangaan is alleen zinvol bij een pH <6 zo geeft recent onderzoek aan.